Het P.l.e.i.n. der mogelijkheden


Het P.l.e.i.n. der mogelijkheden is een zorginstelling die gespecialiseerd is in de zorg voor kinderen met autisme of een ontwikkelingsstoornis.
Het P.l.e.i.n. der mogelijkheden biedt verschillende vormen van zorg waaronder het onderwijsplein, begeleidingsplein en het puberplein. 

Het onderwijsplein heeft sinds september 2016 een tweede locatie geopend in de Bilt. In september 2017 is een derde locatie gestart in Bilthoven en op deze locatie is ook naschoolse begeleiding.


Het P.l.e.i.n. wil een plek creëren waar kinderen zich veilig voelen, geaccepteerd worden en zichzelf kunnen zijn. Een plek waar ze zich kunnen ontwikkelen en kunnen groeien in hun eigen tempo.
Kenmerkend voor het P.l.e.i.n. der mogelijkheden is dat het kind centraal staat, waarbij we altijd met een open blik kijken naar de mogelijkheden van het kind.

 

Theoretisch kader van het P.l.e.i.n. der mogelijkheden:

De visie en de manier van omgaan met de kinderen op het plein heeft veel weg van de humanistische stroming van de psychologie, maar ook van het behaviorisme en van de cognitieve stromingen binnen de psychologie.

Humanisme

De humanistische benadering gaat uit van de veronderstelling dat mensen uit zichzelf steeds naar het goede streven.

Een belangrijk persoon binnen deze stroming is Rogers, Rogers (1902-1987) was een Amerikaanse psycholoog die een andere visie had op ontwikkeling en therapie dan de stromingen die er al waren. Volgens Rogers bestond het basismotief van het menselijk bestaan uit positieve kracht, die hij zelfactualisatie noemde, de neiging van een mens om zichzelf in stand te houden, zich te actualiseren en te verbeteren, om te groeien naar een volledige realisatie van de aangeboren capaciteiten. Een belangrijke stap binnen deze theorie is het ontstaan van ‘het zelf’ bij kinderen (met het zelf wordt bedoeld dat kinderen hun eigen identiteit ontwikkelen).Kinderen op het plein zijn meestal langer op zoek naar hun ‘zelf’ en daar krijgen de kinderen hulp bij door in gesprek te gaan met de kinderen. De zelfactualisatie komt bij het plein naar voren door de kinderen zelf te laten ervaren, hun eigen keuzes te laten maken en de insteek om alles uit de kinderen te halen wat er in zit, dit gebeurt op het tempo van het kind en binnen de mogelijkheden van de kinderen.  Er wordt niet gekeken naar de beperkingen van het kind, maar naar de mogelijkheden van de kinderen. (Rogers, 1961)

Maslow is ook een belangrijk persoon binnen de humanistische benadering, Maslow heeft een theorie ontwikkeld tot zelfverwerkelijkingswaarden. Volgens Maslow wordt de mens gemotiveerd door een aantal fundamentele behoeften; behalve de primaire behoeften, zoals voedsel, slaap, seks en het streven naar veiligheid, erkent Maslow zogenaamde groeiwaarden, dat zijn zelfverwerkelijkingswaarden.

Deze theorie heeft hij verwerkt in een piramide:

Binnen de humanistische benadering wordt er ook veel gesproken over het begrip zelfbeeld. Dit zelfbeeld wordt gevormd op het moment dat het ontstaan van ‘het zelf’ begint bij de kinderen. Belangrijke begrippen binnen dit zelfbeeld zijn het ‘ware zelf’ en het ‘ideale zelf’, hiermee wordt bedoeld dat als iemand zijn ware zelf ziet, er een goed zelfbeeld is, maar op het moment dat iemand zijn ideale zelf als zijn ware zelf ziet dan kan dit zorgen voor een niet realistisch zelfbeeld, dit kan zowel positief als negatief zijn. Kinderen op het plein hebben vaak een niet realistisch zelfbeeld omdat ze een beeld van zichzelf hebben dat gebaseerd is op hun onzekerheid. Het werken aan het zelfbeeld komt terug in de zelfbeeld werkboeken die het plein heeft, binnen de groepsgesprekken en de individuele gesprekken. Dit is een belangrijk aspect binnen de ontwikkeling van de kinderen op het plein, dit hebben de kinderen nodig om zichzelf verder te ontwikkelen om op een later moment zich te kunnen redden in de maatschappij.

 

Behaviorisme

Het behaviorisme is een stroming binnen de psychologie met een aantal bekende grondleggers. Pavlov, een Russische fysioloog, bestudeerden de spijsverteringsstelsel van honden, door hun experiment ontdekten ze dat voedsel in de mondholte van honden automatisch de productie van speeksel uitlokt. Dit werd de klassieke conditionering genoemd.

Thorndike, ook een pionier binnen het behaviorisme, hij deed experimenten met katten. De katten werden opgesloten in een kooi en om aan voedsel te komen moest de kat aan een touw trekken, de kat deed eerst andere pogingen om uit de kooi te komen bij het voedsel, bij toeval trok de kat aan het touwtje en kon bij het voedsel, naarmate de tijd vorderde bleek de kat systematisch minder tijd nodig te hebben om aan het touwtje te trekken. Dit noemde Thorndike ‘de wet van effect’.

Skinner is ook een belangrijk persoon binnen het behaviorisme en zijn naam wordt daarnaast gekoppeld aan de operante conditionering. Wat voor aanhangers van het behaviorisme van groot belang is, is dat er wordt gekeken naar het waarneembare gedrag, ook worden hierbij leerprocessen centraal gesteld. De theorie van Skinner wordt daarom ook wel de leertheorie genoemd. Skinner zag mensen en gedrag niet los van hun omgeving en stelt dat ieder gedrag een wisselwerking is tussen omgeving en mens. 

Binnen de werkwijze en de visie van het plein, komt de zienswijze van het behaviorisme ook naar voren. Ten eerste leren we kinderen door de zelf dingen te laten ervaren, en schermen we de kinderen niet af voor hun omgeving. We leren de kinderen dat hun gedrag bepaalde consequenties heeft, we zoeken naar een natuurlijke consequentie die zoveel mogelijk logisch is naar aanleiding van het gedrag van het kind. We geven de kinderen vaak een keuze en vertellen daarbij de consequenties die de keuze met zich meebrengen. Op deze manier willen we de kinderen leren om zelf keuzes te maken en om te leren omgaan met de gevolgen, zowel positief als negatief.

Omdat het ontwikkel niveau van de kinderen op het plein enorm verschillend is, en een aantal kinderen moeilijk in kaart te brengen zijn qua ontwikkel niveau, maken we gebruik van de VB-mapp. Dit is een onderzoeksmethode gebaseerd op het werk van Skinner. De VB-mapp staat voor Verbal Behavior Milestones Assessment and Placement Program. Dit is een methode met daarbij een protocol dat de begeleiders twee keer per jaar invullen om de kinderen op verschillende ontwikkel gebieden goed in kaart te brengen. Vanuit dit protocol worden doelen gesteld waaraan de kinderen gaan werken in de groep en op individueel niveau.

 

Cognitieve benadering

Cognitieve theorieën gaan over de informatieverwerking bij kinderen, hoe selecteren kinderen informatie en hoe verwerken ze dit. De kennis die kinderen hebben worden opgeslagen in schema’s. Als een kind bepaalde informatie nodig heeft dan wordt er in de hersenen automatisch een schema geactiveerd. Dit is ook van toepassing op sociale vaardigheden en zelfredzaamheid. Kinderen met ontwikkelingsstoornissen hebben, volgens de cognitieve benadering, disfunctionele schema’s. Deze schema’s zijn gevormd tijdens hun ontwikkeling en blijven daar op stilstaan. Om een schema aan te passen naar een functioneel of gewenst schema is daar hulp bij nodig. Door kinderen verschillende situaties uit te blijven leggen en te laten ervaren hopen we de schema’s die disfunctioneel zijn aan te passen naar een functioneel schema.

Bij de kinderen met terugkomend en herhaalgedrag proberen we dit te doorbreken door vervangend gewenst gedrag aan te leren, vooral bij de kinderen die en laag ontwikkelniveau hebben is dit van belang omdat ze op deze manier flexibeler worden en niet blijven hangen in herhalingen.